Hoe kun je problemen met je elektriciteit voorkomen?

Kortsluiting

Niet elk probleem met elektra betekent gelijk kortsluiting. Kortsluiting komt wel het meest voor, maar is niet het gevaarlijkste. Kortsluiting ontstaat als twee elektrische draden met elkaar aanraken en er een verhoogde stroomtoevoer ontstaat. De stroom valt uit, omdat de aardlekschakelaar omslaat. Het kan ook zijn dat er veel hoogspanning door de zekering gaat, waardoor die kapot gaat. Hierdoor wordt het gevaar van kortsluiting direct ontweken. 

In bepaalde maanden, de winter vooral, worden veel extra elektronische apparaten aangesloten Deze toename van stroomgebruik kan voor overbelasting zorgen. Op de plek waar de weerstand op zijn hoogst is, vindt de overbelasting plaats. Op deze plaats wordt het dan heter. Het kan zelfs zo heet worden dat er brand ontstaat. Kortsluiting merk je meteen en overbelasting meestal niet, wat het gevaarlijker maakt. 

Tips om overbelasting te voorkomen

  • Het is het best om apparaten die vaste locaties hebben, aan te sluiten op een vaste contactdoos. Gebruik dus geen verlengsnoer, want met elke verbinding tussen stroomdraden neemt de kans op oververhitting toe. 

  • Meterkasten zijn bedoeld voor stroom en niet om spullen in op te slaan. Het is dan ook niet de bedoeling om de meterkast te gebruiken als opberghok. Als er spullen in de meterkast worden gezet, kan de warmte niet goed weg, waardoor de temperatuur kan oplopen. Gevaar voor brand neemt dan ook toe.

  • Let op scherpe randen die mogelijk elektriciteitsdraden kunnen beschadigen. Op plekken waar een beschadiging zit, neemt de weerstand toe en daarmee ook de kans op kortsluiting. 

  • In het geval dat er kapotte draden, stekkers of contactdozen zijn, is het belangrijk dat deze direct worden herstelt. Plakband of andere huis en tuin middelen zijn een no go. Als je knipperende of roodgloeiende TL buizen hebt, vervang deze dan direct. Door opbouwende warmte kunnen deze buizen knappen en de gloeiende delen kunnen brand veroorzaken.